home | nieuwsblad | informatie
Pomatoschistus microps (Krøyer, 1838)
NL Brakwatergrondel GB Common goby FR Gobie tacheté DE Strandgrundel
×
Brakwatergrondel 0
Brakwatergrondel 0
×
Brakwatergrondel 1
Brakwatergrondel 1
×
Brakwatergrondel 2
Brakwatergrondel 2
×
Brakwatergrondel 3
Brakwatergrondel 3
×
Brakwatergrondel 4
Brakwatergrondel 4
Lengte:70 mm
Lichaam:slank2
   Kleur:lichtgrijs tot zandkleurig met een netwerk van donkere stipjes2, ca. 8 bruinachtige vlekken op de flanken1, vage donkere dwarsbandjes op de rugzijde.2
   Schubben:ja
      Beschrijving:39-52 schubben van borstvin tot staart2; bovenkant tot de rugvin zonder schubben2
Sensoren:ja1
   Tastzintuigen:ja1
      Beschrijving:over het gehele lichaam verdeeld11
   Druk:ja1
      Zijlijn:1
         Beschrijving:onduidelijk of ontbeekt geheel11
Ademhalingsorgaan:ja2
   Kieuwen:ja2
      Vorm:draderig2
      Kieuwdeksels:ja2
Vinnen:ja1
   Rugvin:ja
      Beschrijving:onduidelijke bruine vlekjes1, mannetjes met zwart vlekje op de achterrand2
      Vinstralen:6-73
   Vetvin:9-11 vinstralen2
   Staartvin:ja
      Beschrijving:donkere stip op de staart wortel1
   Borstvin:ja
      Beschrijving:driehoekige, donkere vlek op de basis2
      Vinstralen:183
   Buikvin:ja1
      Beschrijving:in de regel vergroeid tot een vlakke zuignap11
   Anaalvin:ja
      Vinstralen:9-113
Voedsel:carnivoren3, larven leven voornamelijk van nauplii van copepoden en in de jonge demersale stadia voeden ze zich met copepoden. Grotere grondels zijn typische (epi)benthos eters en voeden zich in volgorde van afnemende belangrijkheid met schaaldieren (krabben, garnalen), wormen (pieren), en tweekleppigen3
Vijand:platvis, kabeljauw, wijting, vogels3, zuurstof verzadiging beneden de 20% is dodelijk, beneden de 30% krijgen ze sublethale verschijnselen.3
Habitat:tussen de 0-20 meter, meest op ondiepe plekken (0,2 - 2,0 meter boven GLW)1,2,3, zandgrond
   Saleniteit:kan leven in zowel zoet-, brak- als zoutwater3
   Temperatuur:kan sterke schommelingen in temperatuur verdragen, temperaturen beneden 0°C zijn fataal.3
   Verspreiding:Europese kusten, Noordzee en Oostzee. Langs de Nederlandse kust algemeen, voornamelijk in brakwater. In de waddenzee zeer algemeen.2
Paaitijd:in de zomer (juni-augustus) van het tweede levensjaar3
Paaigebied:in de estuaria3
Eieren:ja
   Lengte:1 mm4
   Beschrijving:aan schelpen gehecht3, enkele duizenden, worden door het mannetje verzorgd3
Larvale fase:bij hun geboorte 3 mm, leven vanaf juli pelagisch in de estuaria1,3
Juveniele fase:gaan in augustus tussen de 11 en 12 mm over tot de bodem fase, bij temperaturen beneden de 5-7°C, in de herfst of winter migreren ze naar dieper water, tot 10 meter, om te overwinteren, boven de 7°C blijft deze migratie uit3
Groei:herfst van 1ste levensjaar een gemiddelde lengte van 39 mm en na het 2de levensjaar een lengte van 51 mm
Levensverwachting:20 maanden5
   Beschrijving:een enkeling (1-2%) redt het om in het derde levensjaar nog een keer te paaien.3, sterven meestal na het paaien in de vroege zomer3
Aquariologie:Goed te houden in aquaria, als ze voorzichtig worden behandeld tijdens vangst en transport. Planten zich ook voort in gevangenschap.11
Literatuur:
  • Muus, Bent J.. (1978). Elseviers Zeevissengids: Elsevier.
  • Nijssen, Han. (2001). Veldgids Zeevissen: KNNV.
  • diversen. (19??). Ecologisch profiel vissen: Rijkswaterstaat dienst getijdewateren.
Bronnen:
  1. https://strandvondsten.nl/Gobiidae
  2. https://strandvondsten.nl/Actinopterygii
  3. Nijssen, Han (2001). Veldgids Zeevissen. KNNV.
  4. Muus, Bent J. (1978). Elseviers Zeevissengids. Elsevier.
  5. 20111109-018
2006 - 2021 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl