home | nieuwsblad | informatie
Ostrea edulis Linnaeus, 1758
NL Gewone oester
×
1343866490 0
1343866490 0
×
1343866490 1
1343866490 1
×
1343866490 2
1343866490 2
×
1343866490 3
1343866490 3
Bijzonderheden:Hecht zich met de linker (bolle) klep op substraat
Lengte:200 mm
Hoogte:200 mm
ExoskeletEen versteviging van het lichaam aan de buitenkant en direct zichtbaar
:ja 1
Schelp:ja 1
   Vorm:rond tot peervormig
   Tweekleppig:ja 1
   
GelijkkleppigBij tweekleppigen of de linker- en de rechterklep min of meer gelijk zijn
:nee
   
DikteDikte van het schelp materiaal
:80 mm
   Convexiteit 
      Links:bol
      Rechts:plat
   
SymmetrischLigt de apex in het midden van de schelp
:nee
   
ApexHet eerst gevormde deel van de schelp (top).
:in het midden, breed en stomp
   Bovenrand:onregelmatig
   
VoorrandBij tweekleppigen de zijrand waar de sipho's niet uitkomen
:onregelmatig
   
AchterrandBij tweekleppigen de zijde waar de sipho's uitkomen
:onregelmatig
   Onderrand:onregelmatig
   
CommissuurRaaklijn waarlangs de kleppen op elkaar vallen, dit ligt vaak in 1 vlak, het zogenaamde commissuurvlak.
:rond tot peervormig
   Periostracum:ja
      Kleur:jonge exemplaren hebben bruingeel periostracum
   Ostracum:ja 2
      Kleur:Grijswit, geel, licht violet tot bruinpaars met onregelmatige vlekken. Strandmateriaal sterk bruin of blauw verkleurd. Kunnen soms iets groen zijn door geperforeerde algen.
      Structuur 
         
HaaksDe structuur haaks op de groeilijnen
:onregelmatige ribben 2
         Links:lamelvormig, met ribben
         Rechts:lamelvormig, maar slijten snel af, zonder ribben
   
RibbenEen structuur die dwars staat op de groeilijnen/ groeirichting
:ja
      Vorm:onduidelijk golvend
   
LigamentHet ligament zorgt ervoor dat de kleppen in rust toestand open staan. Door het gebruik van de sluitspieren kan het dier de kleppen sluiten. Het ligament is gemaakt van conchioline. Het ligament kan inwendig en/of uitwendig zijn. Het inwendige deel heet het resilium en is een prop concioline die de kleppen open drukt. Het uitwendige deel heet het tensilium en bestaat uit een band conchioline die de kleppen open trekt. Het tensilium bevindt zich nabij de apex van de schelp.
:ja
      
TensiliumHet uitwendige ligament dat als een band zichtbaar is en de schelpkleppen open trekt.
:ja
         Kleur:flesgroen
         Beschrijving:2 korte banden
      
ResiliumHet inwendige ligament dat als een prop bij de umbo zit en de schelpkleppen open drukt.
:ja
      
ResiliumveldEen meestal driehoekig veldje onder de top waarop het resilium zit of zat. Sommige schelpen hebben ook lepelachtige structuur die we een chondrofoor noemen.
:een holte, met duidelijke groeilijnen, uitwendig gelegen ligamentprop
   
TandenHet soort tanden van de schelp taxodont, heterodont, anodont, etc.
:anodont
      Beschrijving:Echte slottanden ontbreken, aan beide kanten van de top bevinden zich hoogstens wat knobbeltjes, restanten van het taxodonte slot uit de larvale fase
   Sluitspierindruksels:ja
      Aantal:1
      Achterste:ja 2
         Locatie:centraal 2
   Mantellijn:ja
      Mantelbocht:nee
Lichaam:ja 1
   Mantel:ja
      Kleur:roomkleurig of geelbruin
      Rand:over bijna de gehele omtrek vrij. Elke rand drie rijen tentakels
   Sluitspieren:ja
      Achterste:kort, breed en zeer stevig, bestaat uit een glazig en een melkwit deel, het glazige wordt gebruikt om de schelp snel te sluiten, het witte deel om de schelp gesloten te houden.
   Byssusklier:nee
   Siphonen:nee
Ademhalingsorgaan:ja
   Kieuwen:ja
      Aantal:2 paar
      Beschrijving:Elk der 4 kieuwplaten bestaat uit talrijke filamenten, die door kleine weefselstrengetjes onderling verbonden zijn. Geen trilhaartjes. Roomkleurig of bleekbruin.
Voedsel:diatomeeën, detritus: plantenresten, dierresten
Vijand:zeesterren, strandkrabben, mensen, boorsponzen, stekelhoren, schelpziekte
Habitat:Hebben een stevige ondergrond nodig, dus niet op zand- of slibbodems. Meestal in groepen van 3 tot 5 of meer aan elkaar vergroeid
   Diepte:1-50 m
   Verspreiding:Europese kust van de poolcirkel tot Afrika. Ook in de middellandse zee en in de Zwarte Zee. Niet in de Oostzee.
Tijdvak:vanaf het Plioceen
GeslachtHermafrodiet of geslachtelijke voortplanting, zie ook geslachtsorganen
:hermafrodiet, afwisselend
Bevruchting:tussen de groeiperioden, temperatuur afhankelijk, hoogtepunt eind juni, begin juli. In het moeder dier enige duizenden tot 1,5 miljoen eieren
Embryonale fase:tussen de kieuwbladen en de mantel, in de mantelholte voor 7 tot 10 dagen. Verkleuren van melkwit naar blauwgrijs.
Larvale fase:8 tot 14 dagen een planktonisch bestaan. Voortbeweging door trilhaarkussen (velum). Bij een lengte van 0,28 tot 0,30 mm zinken ze op de bodem. Zij kruipen met de voet ongeveer een kwartier rond in steeds kleiner wordende spiralen. Daarna komen zij tot rust en uit de byssusklier aan de voet scheiden ze een kleverige substantie af die zich tussen de schelp en de ondergrond verspreidt. De substantie wordt na enkele uren hard.
Groei:Groei gaat schokkig, soms in paar dagen een nieuwe band, dan weer in weken of maanden niets. De lengte toename heeft vooral in voor- en najaar plaats, vooral de najaarsgroei is belangrijk. Larven en 1 jarigen groeien het hele jaar door.
Geslachtsrijp:na 1 jaar, 2de jaars dieren voornamelijk mannelijk, 3de jaar voornamelijk vrouwelijk, etc.
Levensverwachting:20 jaar
Websites:
Literatuur:
Bronnen:
  1. https://strandvondsten.nl/Bivalvia
  2. https://strandvondsten.nl/tweekleppigen/Ostreidae
© 2006 - 2025 strandvondsten.nl / Powered by huwatoco.nl / info@huwatoco.nl