Philine quadripartita Ascanius, 1772
Schepje
index - Biota - Animalia - Mollusca - Gastropoda - Heterobranchia - Opisthobranchia - Cephalaspidea - Philinoidea - Philinidae - Philine
schepje schepje achter
 Overzicht 
 BeschrijvingDit schelpje is een intern schelpje van een slak. Het is klein en zeer dun, met een grote mondopening en nauwelijks windingen.
 BijzonderhedenScheidt zwavelzuur uit om aanvallers af te schrikken1
   
 Het leven 
 Bevruchtinggeslachtsgemeenschap vindt 's avonds of 's nachts plaats, daarbij ligt het mannetje iets schuin rechts achter het vrouwtje2
 Embryonale faseDe larven zwemmen als veliger enige tijd planktonisch rond voor zij tot het definitieve bodemstadium overgaan2 Aan de larve zijn nog een operculum en tentakels te onderscheiden, terwijl het schelpje links gedraaid is. Het operulum gaat verloren en de tentakels versmelten tot het kopschild2
 EierenOvaal, gehecht aan de zandbodem met slijmdraden1, afgezet in juni en juli in gelatineuze, knotsvormige, gesteelde kapsels.2 De eieren zijn aanvankelijk doorzichtig, maar worden na enkele dagen oranjegeel. In het inwendige van een kapsel loopt een spiraalband, welke bestaat uit naast elkaar gerangschikte eieren.2
 GeslachtsrijpAan het einde van het tweede levensjaar2
 GeslachtHermafrodiet, met voorrang voor de mannelijke producten. De gezamenlijke mannelijke en vrouwelijke geslachtsgang heeft zijn uitmonding rechts, ongeveer in het midden van het lichaam, vlak voor de kieuw. De spermatozoën worden door de groeve tussen het kopschild en parapodium naar de penis geleid, die rechts vooraan in het lichaam ligt. De gonade is oranjegeel gedurende het leven en schemert door de huid heen.
 GroeiInitieel leven de jonge dieren ruim een jaar in zeegrasvelden en kruipen langs de bladeren en de wortelstokken. Hierna verhuizen ze naar de weke modderbodem van kreken en poelen, die bij laag water net niet droog vallen.2
 Voedselkleine schelpen, wormen die in zijn geheel gegeten worden en in de spiermaag worden vergruisd1. De spiermaag (kauwmaag) heeft 3 kauwplaten.2 Het voedsel wordt opgenomen door de radulatanden, die als grijper werken en de prooi in haar geheel pakken2
 HabitatTot enkele honderden meters diepte, leeft ingegraven in zand1 Ze leven zeer lokaal, maar wel in grote aantallen2
    Saleniteit18-35 ppt
 Voortbewegingdeels over en deels door de modder. Met het laagaflopende vooreinde schoffelt de slak zich onder de bovenste laag. Ze zijn voor 's nachts actief.2
 VerspreidingOostelijke Atlantische Ocean van noord Europa tot zuidelijk Afrika, ook in de Middellandse Zee.2
   
 De Schelp 
 Hoogte28 mm
 Breedte20 mm
 Diktedoorzichtig2
 Basis vormoorvormig2
 Kleurglasachtig wit2
 Windingen2-3, zeer snel in grootte toenemend, oudste windingen worde door de laatste bijna geheel omsloten2
    Winding sculptuuralleen groeilijnen2
 Apexsteekt niet uit2
 Protoconch
 Teleoconch
    Groeilijnenfijn2
    Oppervlakteglanzend2
    Parallelle sculptuurfijne groeilijnen
 Lichaamswinding
    Mondopeninggroot, bovenhoek rond uitgebogen2
    Mondstandscheef2
    Buitenrandscherp en teer2
    Mondrandniet continu2
    Binnenrandgebogen2
    Siphokanaalnee2
 Navelnee2
 Operculum
    Operculum aanwezignee2
   
 Het Weekdier 
    Huidskleurwit tot cream kleurig1
    Lichaamsvormeen voorste en een achterste gedeelte, gescheiden door een dwarsgroeve. De schelp ligt in het achterste deel en wordt geheel omhuld door de mantel, zodat hij van buiten niet te zien is. Het voorste deel is aan de rugzijde bekleed met het zo genaamde kopschild, een uit 2 lobben vergroeide plaat, die in de mediane lijn een flauwe groeve vertoont: de plek, waar de twee lobben versmolten zijn. Aan de linker en de rechter zijde van de voet reikt een driehoekig parapodium omhoog. Tussen deze parapodia en het overige lichaam loopt ook een groeve. Achter aan het lichaam, zich uitstrekkend voorbij de voet, liggen nog een grootte en een kleine afdeling van de mantel, gescheiden door een groeve. Bij de kop twee tasters en 2 rhinophoriën. Mond helemaal vooraan, tussen kopschild en voet. De anus ligt rechts achteraan.2
    Mantelschelp volledig verborgen onder de mantel
    Voet vormbreed2
 Ogenzeer klein2
 Radula
    Radula formule1.0.1
    Radula vormGespannen over twee parallele ruggen met een vallei er tussen. Er is geen middentand, maar links en rechts op de ruggen ligt 1 tand per dwarsrij.2
    Rhachis-tand0
    Lateralia2, gezaagd langs een deel van hun concaven rand2
    Marginalia0
 Ademhalingsorganensterk geplooide kieuw, ligt als een ongepaard orgaan aan de rechter kant2
 Spieren
 Voortplantingsorganen
   
 Bronnen 
 Literatuur
    2-
  1. Fauna van Nederland Mollusca (I) B. Gastropoda Opisthobranchia; Amphineura et scaphopoda - Benthem Jutting, Tera van
 Websites
  1. 1
  2. -
  3. WikiPedia
    3">href="http://en.wikipedia.org/wiki/Sand_slug">WikiPedia
    3
  4. -
  5. Sea">href="http://www.seaslugforum.net/find/philaper">Sea
  6. Slug
  7. Forum
 
 © 2006-2017 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl