Nucella lapillus (Linnaeus, 1758)
Purperslak
index - Biota - Animalia - Mollusca - Gastropoda - Caenogastropoda - Neogastropoda - Muricoidea - Muricidae - Ocenebrinae - Nucella
 Overzicht 
 Vormenforma imbricata zij de kruispunten van de ribben en de richels ruw door kleine, geplooide, schubjes. Variabel in vorm, breed en stevig vooral bij degene die in de branding zone leven, slanke en dunne exemplaren op meer beschutte plekken.
 Bijzonderhedenscheiden uit hun hypobranchiale klier een vloeistof af (dibroomindigo), die eerst kleurloos of zwakgeel is, maar in het licht purperrood wordt. Bij sommige grote exotische soorten, die een noemenswaardige hoeveelheid van deze stof produceren, wordt dit purper gewonnen en als verfstof gebruikt.
   
 Het leven 
 Embryonale faseDe ontwikkeling in het kapsel duurt ongeveer 4 maanden waarna de jonge slokjes uitkomen met een schelpje van ongeveer 2 mm.
 Eieren400-600 in urnvormige kapsels op stenen en schelpen. De kapsels zijn taai vliezig en geelachtig-rose. In elk ontwikkelen zich slechts 15-45 eieren, de overige eieren klitten aan elkaar tot een centrale dooiermassa waarop de larven zich vast zuigen en zich voeden.
 Geslachtgescheiden
 Voedselcarnivoor. Vooral Mytilus en Balanus. Boort ronde cylindrische gaten
 Vijandzeesterren, meeuwen en voor juvenilen ook vissen
 HabitatKustzone tot in grote diepte
 VerspreidingEuropese en Amerikaanse kusten van de Noord-Atlantise Oceaan. Noordelijk tot de arctische zone, zuidelijk tot Spanje. Niet in de Oostzee en de Middellandse zee
   
 De Schelp 
 Hoogte48 mm
 Breedte25 mm
 Dikteondoorschijnend
 Basis vormBolle horen
 Kleurwit, geel of bruin. Soms met twee of drie brede kleurbanden of meerdere smalle strepen.
 Opperhuidhoornachtig, vezelig, valt snel af
 Windingen6-7 matig bol, snel in grootte toenemend
    Winding sculptuurafhankelijk van het habitat: in gebieden waar veel waterbeweging is zijn ze vrij glad in gebieden met weinig waterbeweging worden ze wat stekeliger; ook de jongen zijn vaak ruwer dan de ouderen.
 Suturenduidelijk, maar ondiep
 Apexspits
 Protoconch
 Teleoconch
    Oppervlaktegeen glans
    Parallelle sculptuurvage tot duidelijke horizontale ribben
    Haakse sculptuurduidelijke, fijne spiraalrichels in varieerend aantal. Soms van gelijke en soms van verschillende sterkte.
    Vertikale sculptuurexotische soorten vaak met sterke ribben of knobbels
 Lichaamswinding
    Lichaamswinding hoogteneemt tenminste driekwart van de totale hoogte in beslag
    Mond hoogte20 mm
    Mondopeningovaal
    Mondstandeen weinig scheef
    Buitenrandmet knobbels op korte afstand van de rand aan de binnenkant, gekarteld volgens de spiraalwindingen, verdikt
    Mondrandniet continu
    Binnenkantdikwijls zacht rose, geel- of paarsachtig getint
    Binnenrandiets gebogen, zijde iets afgeplat, weinig getordeerd, vaak met een overhangende groeve die voor navel aangezien kan worden.
    Callusnee
    Siphokanaalkort
 Navelgeen
 Operculum
    Operculum vormonregelmatig ovaal
    Operculum materiaalhoornachtig, donkerbruin, ovaal
    Nucleusexcentrisch aan de lange zijde
   
 Het Weekdier 
    Huidskleurwit of roomkleurig
 Ogenaan de buitenbasis van de tentakels op knobbels
 Radula
    Radula formule1.1.1
    Radula vormsmal
    Rhachis-tandlange, dolkvormige middelste spits en 2 veel kortere laterale spitsen
    Lateraliasikkelvormig
 Spieren
 Voortplantingsorganen
   
 Bronnen 
 Literatuur
  1. Fauna van Nederland Mollusca (I) A. Gastropoda Prosobranchia et Pulmonata - Benthem Jutting, Tera van
 Meer informatiehttp://www.stichtingdeoosterschelde.nl/files/Een%20bijzondere%20populatie%20purperslakken.pdf
 Foto verantwoordingAlle vondsten komen uit zeeland. De witte uit West-Kapelle en de donkere uit Domburg. De foto met de gestreepte Purperslak en de foto met de eitjes van de Purperslak zijn genomen door Jordy van der Beek en gebruikt met zijn permissie. De ruwere variant zijn gefotografeerd bij Westbout.
 
 © 2006-2017 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl