Cyclopterus lumpus Linnaeus, 1758
Snotolf
index - Biota - Animalia - Chordata - Vertebrata - Gnathostomata - Pisces - Actinopterygii - Scorpaeniformes - Cottoidei - Cyclopteridae - Cyclopterus
 Overzicht 
 BeschrijvingEen plompe vis die makkelijk te herkennen is. Op de buik heeft het dier vergroeide buikvinnen die een zuignap vormen waarmee het zich op hard substraat vast kan zetten. De huid heeft geen schubben en er lopen rijen met beenachtige knobbels van voor naar achter. De kleur is grijsgroen en in de paaitijd (januari tot maart) is het mannetje roder van kleur, vooral op de buik is dit opvallend. De dieren paaien langs de kust, in Nederland voornamelijk in de Oosterschelde. Na het uitkomen van de eieren trekken de volwassendieren zich weer terug in de Noordzee, om zo rond december terug te keren voor de paai. Wordt in ons land weinig waargenomen in oktober en november.
   
 Het leven 
 Paaigebiedin ondiep water
 Paaitijdjanuari-maart
 Eierenongeveer 200.000 gelige tot roze eitjes die naar groenachtig verkleuren
 Larvale fase6-7 mm
 Juveniele faseZwemmen in het brandingsgebied en hechten zich aan wieren. Ze trekken meestal in het vroege najaar ook de Noordzee in om pas terug te komen als ze geslachtsrijp zijn.
 Levensverwachting13 jaar, geslachtsrijp bij 5 jaar
 Voedselkleine krabbetjes, kreeftachtigen en ribkwallen
 Vijandzeehonden, grote haaien, potvissen, zee-otters, heilbotten en zeeduivels. De mens: De eitjes worden (bewerkt met zwarte kleurstof) verkocht als nepkaviaar, wat vrouwtjes noodlottig kan worden, het vlees van de vrouwtjes schijnt echter niet eetbaar te zijn. Dit in tegenstelling tot de mannetjes waarvan het vlees juist wel eetbaar is.
 HabitatBij de bodem, liefst in de buurt van hard substraat waar hij zich op vast kan zuigen. Behalve in de paai periode, als de Snotolf de kust op zoekt, leeft de soort ver uit de kust tot een diepte van wel 400 meter.
 Verspreidingde gehele Noord-Atlantische oceaan van Noord-Portugal, IJsland, Groenland en de noord kust van de VS.
   
 Bouw 
 Lengtevrouwtjes: 60-70 cm, mannetjes: 45-55 cm
 Gewichtvrouwtjes: 5-6 kg, mannetjes: 4-5 kg
 Kleurblauwgroen, mannetjes: rood, paars in de paaitijd
 OppervlakDe huid heeft geen schubben, maar is leerachtig met een slijmlaag. Over het lichaam lopen 7 rijen beenachtige knobbels (lumps). Er zijn twee (links 1 en rechts 1), rijen op elke zijkant en 1 rij over de rug. De eerste rugvin is bij volwassen exemplaren overdekt door deze knobbels.
 Kopstomp
    Ogenklein
 Lichaamplomp
 RugvinAlleen bij jonge exemplaren. Bij volwassen exemplaren overgroeid.
 Vetvinnee
 Staartvinja
 Anaalvinja
 BuikvinDe buikvinnen zijn vergroeid tot een zuignap, waarmee de dieren zich vast kunnen zetten op een harde ondergrond
 Borstvinja
   
 Bronnen 
 Literatuur
  1. Elseviers Zeevissengids - Muus, Bent J.
  2. Zeevissen van de Nederlandse kust - Nijssen, H. & Groot, S.J. de
  3. Veldgids Flora en fauna van de zee - Leeuwis, Rob
 Websites
  1. Soortenbank">href="http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=duikgids&menuentry=soorten&id=145&tab=beschrijving">Soortenbank
 Foto verantwoordingDe foto's van volwassen dieren zijn gemaakt in 2012 op de Noord-Franse kust, het jong werd gevonden in een met wier begroeide viskist in het voorjaar van 2011 in Egmond aan Zee.
 
 © 2006-2017 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl