Lutraria lutraria (Linnaeus, 1758)
Gewone otterschelp
index - Biota - Animalia - Mollusca - Bivalvia - Heterodonta - Euheterodonta - Imparidentia - Mactroidea - Mactridae - Lutrariinae - Lutraria
 Overzicht 
 DeterminatieTe onderscheiden van de gebogen otterschelp door de plek van de apex, het rechter zijn van de bovenrand achter de top en het aanwezig zijn van de achterste laterale tand.
 Lijkt opgebogen otterschelp
 EtymologieLutraria doet vermoeden dat de otterschelp iets met otters (Lutra) heeft. Dit zou weleens op een misverstand kunnen berusten. Linnaeus had in 1758 een Mya Lutraria en een Mya arenaria (de in zand levende Mya). Het lijkt dus waarschijnlijker dat hij de Mya Lutaria, van Lutum (= slijk, modder), heeft bedoeld. De extra 'r' is dan een schrijf of zet fout geweest. De in slijk levende Mya, komt ook beter overeen met de oudere Nederlandse naam van de Otterschelp; de Ovale slijkschelp.2
 SynoniemenOvale slijkschelp
 BijzonderhedenDe foto's van de levende otterschelp zijn genomen naar aanleiding van een vondst op 29 juni 2007 in Egmond aan Zee.
   
 Het leven 
 HabitatTot ongeveer 30 meter diepte, vaak in de nabijheid van riviermondingen, in modderbodem.
 VerspreidingEuropese kusten van Zuid-Noorwegen tot aan en in de Middellandse Zee. Niet in de Oostzee.
   
 De Schelp 
 Basis vormlanggerekt ovaal, zijdelings samengedrukt
    Hoogte60 mm
    Lengte130 mm
    Semidiameter25
    Bovenrandparallel aan onderzijde, achter de top recht of iets convex
    Onderrandparallel aan bovenzijde
    Voorrandrond, gapend
    Achterrandrond, gapend
    Gelijkzijdignee
    Gelijkkleppigja
 Umboprosogyr
    Apexaan de voorkant op 3/8 van de lengte
 Periostracum
    Periostracum kleurolijfgroen
    Periostracum structuurschilferig
 Ostracum
    Ostracum kleurGeelwit
    Ostracum structuurOndoorschijnend, met zachteglans
    Parallelle sculptuurfijne lijntjes en grovere groeilijnen
    Lunulaniet duidelijk verschillend van de rest van de schelp
    Areaniet duidelijk verschillend van de rest van de schelp
 Hypostracumja
    Binnenkant kleurwit
    Binnenkant structuurzacht glanzend
    Umbonale holteweinig gewelfd
 Slot
    Ligamentinwendig, uitwendig
    Nymfkorte slotband
    ResiliumveldHolte opvallend groot en naar onder uitgebogen
       Chondrofoorsteekt schuin achterwaarts in de inwendige schelpruimte uit
    Slotplaatinwendig
    Slot-typeheterodont
    Cardinale tanden1 dakvormig gevouwen
L: 1; reikt niet tot aan de bovenrand, in het midden tot een driehoekig dakje gebogen. Vlak achter het achterste been van dit driehoekje, en ongeveer parallel ermee, loopt nog een smalle rand van kalk tussen de tand en de chondrofoor.
R: 2; die aan de toppen elkaar niet raken, maar wel heel dicht naderen
L: vergroeid tot een omgekeerde V-vorm
       Voorste cardinale tandenL: Kan 1 minder ontwikkelde voorste tand hebben
R:
       Achterste cardinale tandenL: kan 1 korte achterste tand hebben
R:
    Laterale tandenglad
R: 4
L: 2
       Voorste laterale tanden1
       Achterste laterale tanden1, zwak
 MantellijnMantellijn en mantelbocht vallen nergens samen, dicht langs de rand en bijna onzichtbaar bij verse exemplaren
    Mantelbochtvingervormige bocht tot over het midden van de schelp
 Sluitspieren
    Sluitspierindruksels2
       Voorste sluitspierindrukselgelijk aan voorste
       Achterste sluitspierindrukselgelijk aan achterste
   
 Het Weekdier 
    Siphonenheeft aan het einde geen witte zone
    Voet vormgroot en breed
    Voet kleurwit
 Byssusnee
 Radula
 Spieren
 Voortplantingsorganen
   
 Bronnen 
 Tekst
    1-
  1. -
  2. Jutting,TeraVan,FaunavanNederland,afl.12:Mollusca(I)C.Lamellibranchia.Leiden,1943.
    2-Zeepaard1980nr.1,R.M.vanUrk,Lutraria:Slijk-ofotterschelp?
 
 © 2006-2017 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl