Ostrea edulis Linnaeus, 1758
Gewone oester
index - Biota - Animalia - Mollusca - Bivalvia - Pteriomorphia - Ostreida - Ostreoidea - Ostreidae - Ostreinae - Ostrea
 Overzicht 
 Tijdvakvanaf het Plioceen
 BijzonderhedenHecht zich met de linker (bolle) klep op substraat
   
 Het leven 
 Bevruchtingtussen de groeiperioden, temperatuur afhankelijk, hoogtepunt eind juni, begin juli. In het moeder dier enige duizenden tot 1,5 miljoen eieren
 Embryonale fasetussen de kieuwbladen en de mantel, in de mantelholte voor 7 tot 10 dagen. Verkleuren van melkwit naar blauwgrijs.
 Larvale fasetaxodont slot.
 Geslachtsrijpna 1 jaar, 2de jaars dieren voornamelijk mannelijk, 3de jaar voornamelijk vrouwelijk, etc.
 Geslachthermafrodiet, afwisselend
 GroeiGroei gaat schokkig, soms in paar dagen een nieuwe band, dan weer in weken of maanden niets. De lengte toename heeft vooral in voor- en najaar plaats, vooral de najaarsgroei is belangrijk. Larven en 1 jarigen groeien het hele jaar door.
 Levensverwachting20 jaar en ouder
 Voedseldiatomeeën, detritus: plantenresten, dierresten
 Vijandzeesterren, strandkrabben, mensen, boorsponzen, stekelhoren, schelpziekte
 Habitat1 tot 50 meter diep, meestal in groepen van 3 tot 5 of meer aan elkaar gegroeid. Hebben een stevige ondergrond nodig, dus niet op zand- of slibbodems.
 VerspreidingEuropese kust van de poolcirkel tot Afrika. Ook in de middellandse zee en in de Zwarte Zee. Niet in de Oostzee.
   
 De Schelp 
 Basis vormrond tot peervormig
    Hoogte200 mm
    Lengte200 mm
    Dikte80
L: bol
R: plat
    Bovenrandonregelmatig
    Onderrandonregelmatig
    Voorrandonregelmatig
    Achterrandonregelmatig
    Commissuurrond tot peervormig
    Gelijkzijdignee
    Gelijkkleppignee
    Apexin het midden, breed en stomp
 Periostracum
    Periostracum kleurjonge exemplaren hebben bruingeel periostracum
 Ostracum
    Ostracum kleurGrijswit, geel, licht violet tot bruinpaars met onregelmatige vlekken. Strandmateriaal sterk bruin of blauw verkleurd. Kunnen soms iets groen zijn door geperforeerde algen.
    Parallelle sculptuurR: ja, lamelvormig, maar slijten snel af
    Haakse sculptuurL: ribben, onduidelijk golvend
R: nee
    Oppervlakte sculptuurlamellen
    Areasmal
    Binnenkant kleurwit, glanzend, parelmoerachtig
 Slot
    Ligamentinwendig
    Tensilium vorm2 korte banden
    Tensilium kleurflesgroen
    Resiliumveldeen holte, met duidelijke groeilijnen, uitwendig gelegen ligamentprop
    Resilium kleuroranjebruin
    Slot-typeanodont
    Cardinale tandenEchte slottanden ontbreken, aan beide kanten van de top bevinden zich hoogstens wat knobbeltjes, restanten van het taxodonte slot uit de larvale fase
    Laterale tanden0
 Mantellijnzonder bocht
    Mantelbochtnee
 Sluitspieren
    Sluitspierindruksels1
       Voorste sluitspierindrukselnee
       Achterste sluitspierindrukselgroot, boonvormig, dof
 Byssusopeningnee
   
 Het Weekdier 
    Mantelkleurroomkleurig of geelbruin
    Mantelrandover bijna de gehele omtrek vrij. Elke rand drie rijen tentakels
    Siphonennee
    Voet vormrudimentair (in larvale stadium nog van belang)
 Byssusnee
 Radula
    KieuwenTwee paar kieuwen. Elk der 4 kieuwplaten bestaat uit talrijke filamenten, die door kleine weefselstrengetjes onderling verbonden zijn. Geen trilhaartjes. Roomkleurig of bleekbruin.
 Spieren
    Achterste sluitspierkort, breed en zeer stevig, bestaat uit een glazig en een melkwit deel, het glazige wordt gebruikt om de schelp snel te sluiten, het witte deel om de schelp gesloten te houden.
 Voortplantingsorganen
   
 Bronnen 
 Tekst
    1-
  1. -
  2. Jutting,TeraVan,FaunavanNederland,afl.12:Mollusca(I)C.Lamellibranchia.Leiden,1943.
    2-KaasenTen
  3. -
  4. P.,NederlandseZeemollusken,Wereldbibliotheek,Amsterdam,1942
 Breedte
L: bol
R: plat
L: bol
R: plat
 
 © 2006-2017 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl