Amerikaanse venusschelp
- Biota - Animalia - Mollusca - Bivalvia - Autobranchia - Heteroconchia - Euheterodonta - Imparidentia - Venerida - Veneroidea - Veneridae - Venerinae - Mercenaria
| Lijkt op | : | Noordkromp, de Noordkromp heeft geen mantelbocht en is ronder dan de Amerikaanse venuschelp |
ExoskeletEen versteviging van het lichaam aan de buitenkant en direct zichtbaar | : | ja 1 |
| Schelp | : | ja 1 |
| Vorm | : | Scheef-driehoekig 2 |
| Tweekleppig | : | ja 1 |
| GelijkkleppigBij tweekleppigen of de linker- en de rechterklep min of meer gelijk zijn | : | ja 3 |
| HoogteDe maat van top tot onderrand | : | 90 mm 2 |
| SemidiameterCommissuurvlak tot grootste bolling | : | 55 mm 2 |
| SymmetrischLigt de apex in het midden van de schelp | : | nee 3 |
| ApexHet eerst gevormde deel van de schelp (top). | : | voor het midden 2 |
| Umbo
| : | Buigt naar voren (prosogyr) 3 |
| Onderrand | : | gecreneleerd 2 |
| PeriostracumHet periostracum is in het Nederlands bekend als de opperhuid. Het is de buitenste laag van de schelp, opgebouwd uit conchioline vermengd met kalk, en beschermt de schelp tegen de inwerking van (zee)water en zuren. | : | ja |
| Kleur | : | geelbruin 2 |
| OstracumHet ostracum is de tweede laag van de schelp. Deze laag, ook wel prismalaag of porseleinlaag genoemd, bestaat uit calciet, of uit calciet en argoniet, wat voornamelijk bestaat uit calciumcarbonaat. Het zijn kleine primatische kristalletjes die loodrecht staan op de buitenste laag en dan prismalaag heet of als gekruiste lamellen en dan porceleinlaag heet. In beide gevallen hebben we het nog steeds over het ostracum. | : | ja 3 |
| Kleur | : | geelachtig-bruin 2 |
| Structuur | : | weinig of geen glans 2 |
| ParallelDe structuur parallel aan de groeilijnen | : | fijne groeilijnen en grovere ribben op regelmatige afstand. Naar voor en achter toe liggen de ribben dichter op elkaar. 2 |
| RichelsEen structuur die parallel loopt aan de roeilijnen/ groeirichting | : | ja 3 |
| LunulaBij tweekleppigen een veldje voor de umbo dat min of meer duidelijk begrensd is. Ook bekend als maantje. | : | ja 3 |
| Beschrijving | : | klein hartvormig met fijnere sculptuur 2 |
| AreolaBij sommige tweekleppigen te onderscheiden omzooming van de lunula | : | duidelijk 3 |
| AreaEscutcheon of rugveld; Een min of meer duidelijk begrensd langwerpig veld achter de umbonen bij een deel van de tweekleppigen, naast en achter het uitwendig ligament. In het algemeen is het afwijkend van sculptuur van de rest van de schelp. | : | gescheiden via een onscherpe richel 2 |
| LigamentHet ligament zorgt ervoor dat de kleppen in rust toestand open staan. Door het gebruik van de sluitspieren kan het dier de kleppen sluiten. Het ligament is gemaakt van conchioline. Het ligament kan inwendig en/of uitwendig zijn. Het inwendige deel heet het resilium en is een prop concioline die de kleppen open drukt. Het uitwendige deel heet het tensilium en bestaat uit een band conchioline die de kleppen open trekt. Het tensilium bevindt zich nabij de apex van de schelp. | : | ja 3 |
| TensiliumHet uitwendige ligament dat als een band zichtbaar is en de schelpkleppen open trekt. | : | ja 3 |
| NymfGroeve waarin het tensilium aangehecht is | : | schuin gegroefd en gekarteld, de karteling is golvend 4 |
| TandenDe tanden zorgen ervoor dat de twee kleppen netjes op elkaar sluiten:
| : | Heterodont 5 |
| CardinaalDe cardinale tanden liggen direct onder de top en zijn vaak wat kort en stomp. | : | ja 5 |
| Aantal | : | 3 4 |
| Linker klep | : | ja 4 |
| Rechter klep | : | ja 4 |
| LateraalDe laterale tanden liggen wat verder verwijderd vanaf de top en zijn vaak wat langer gerekt. | : | ja 5 |
| HypostracumDe binnenste van de drie lagen (niet altijd aanwezig) ook wel parelmoerlaag genoemd. Deze laag is opgebouwd uit koolzure kalk die is afgezet in zeer dunne bladvormige kristallen. Wordt gemaakt door de gehele mantel. | : | nee 5 |
| Binnenzijde | ||
| Kleur | : | wit 2 |
| Structuur | : | porseleinachtig glanzend, soms iets paars gevlekt naar het achtereinde en het slot 2 |
| Umbonale holte | : | sterk gewelfd 2 |
| Sluitspierindruksels | : | ja 3 |
| Aantal | : | 2 3 |
| Vorm | : | even groot 2 |
| Mantellijn | : | ja 3 |
| Mantelbocht | : | driehoekig, rijkt niet tot het midden; spits toelopend 2 |
| Beschrijving | : | driehoekig en rijkt niet tot over het midden 4 |
| Lichaam | : | ja 1 |
| Mantel | : | ja 3 |
| Rand | : | aan de voorkant open 3 |
| Voet | : | ja 3 |
| Siphonen | : | ja 3 |
| Aantal | : | 2 3 |
| Ademhalingsorgaan | : | ja 5 |
| Kieuwen | : | ja 5 |
| Type
| : | Lamellibranch 5 |
| Habitat | : | Zee |
| Verspreiding | : | Westzijde van de Noord-Atlantische Oceaan van St. Lawrencebaai tot de Golf van Mexico. Voor 1936 uitgezet in West-Frankrijk. Aan het eind van de jaren 50 zijn door Prof. Korringa een aantal exemplaren uitgezet bij De Piet (Veerse Meer) om te zien hoe zij het zouden doen. Er is daarna een bescheide populatie onstaan in de Oosterschelde. Het is het meest waarschijnlijk dat de nu aanwezige exemplaren afkomstig zijn van dit experiment, maar natuurlijk kunnen we niet uitsluiten dat ze afkomstig zijn door nieuwe aanvoer uit bijvoorbeeld de exemplaren bij Frankrijk. 2 |
| Tijdvak | : | vanaf het Mioceen in Noord-Amerika |
| Levensverwachting | : | 25 jaar; ≤40 jaar |
| Bronnen | : |
|